• uitzicht vanaf het terrras van K-4
    uitzicht vanaf het terrras van K-4
  • doorkijkje naar Luino
    doorkijkje naar Luino
  • uitzicht vanaf het terrras van K-4
    uitzicht vanaf het terrras van K-4
  • het klooster van Brezzo di Bedero
    het klooster van Brezzo di Bedero
  • vanaf de overkant van het meer
    vanaf de overkant van het meer
  • uitzicht naar het noordelijke deel vanuit D-35
    uitzicht naar het noordelijke deel vanuit D-35
  • uitzicht vanaf het terrras van K-4
    uitzicht vanaf het terrras van K-4
  • doorkijkje naar Luino
    doorkijkje naar Luino
  • uitzicht vanaf het terrras van K-4
    uitzicht vanaf het terrras van K-4
  • het klooster van Brezzo di Bedero
    het klooster van Brezzo di Bedero
  • vanaf de overkant van het meer
    vanaf de overkant van het meer
  • uitzicht naar het noordelijke deel vanuit D-35
    uitzicht naar het noordelijke deel vanuit D-35

  • kasteelru´ne in het meer
    Lago Maggiore

    Het Lago Maggiore is een meer in het grensgebied van Italië en Zwitserland. Het wordt in het Italiaans ook wel Lago Verbano genoemd, van Lacus Verbanus, de oude Romeinse benaming. Het Zwitserse deel ligt in het kanton Ticino. De westelijke oever van het Italiaanse deel ligt in de regio Piëmont, de oostelijke oever in Lombardije.

    Het meer is 212 km² groot, 60 km lang en maximaal 10 km breed. Het noordelijke deel ligt in de Alpen, het zuidelijke deel in het heuvelland dat de overgang vormt tussen de Alpen en de Povlakte. De oppervlakte van het meer ligt op 193 m boven zeeniveau. Het meer is maximaal 372 m diep, 179 m beneden zeeniveau. Zowel in Italië als Zwitserland ligt het meer in Italiaanstalig gebied.

    Bekende plaatsen langs het meer zijn Locarno, Ascona, Verbania, Luino en Stresa. De rivier de Ticino stroomt in het noorden het meer in en verlaat het weer in het zuiden om uiteindelijk in de Po uit te monden. Andere rivieren die het Lago Maggiore instromen zijn de Maggia, Toce en de Tresa.

    Er liggen ook eilandjes in het meer. De bekendste zijn de Borromeïsche eilanden: Isola Bella, Isola Madre en Isola dei Pescatori. Deze eilandjes liggen in de grote baai of uitham van het meer naar het westen bij Verbania.

    Het meer is, net als de andere grote Italiaanse meren, het Comomeer en het Gardameer, in een van de ijstijden door een gletsjer uitgeslepen. Aan de zuidkant is daarbij een morenewal achtergelaten, die een soort natuurlijke dam vormt.

    Er leven ook beroepsvissers van het meer. Er wordt ongeveer 150 ton vis per jaar gevangen. Het meer bevat een forelsoort die nergens anders ter wereld voorkomt.

    Het meer is sinds lange tijd een belangrijke toeristische trekpleister. Langs de oevers van het meer is een exotische beplanting ontstaan, met voornamelijk verschillende soorten palmen. De belangrijkste soorten palmen die men er vindt zijn Trachycarpus fortunei, geïntroduceerd uit China in de 19de eeuw, en Chamaerops humilis, ingevoerd uit de regio van de Middellandse Zee. Andere soorten zijn Phoenix canariensis, Butia capitata, Jubaea chilensis, Sabal palmetto en Sabal minor. (www.wikipedia.org)